Cliëntverhalen

1.       Het verhaal van de familie J.

In de zomer van 2009 zette het AZC Grave het gezin J., vader, moeder en drie kinderen, op straat. Het gezin sliep noodgedwongen een aantal nachten buiten. Op een gegeven moment meldden ze zich bij Stichting Gast. Wij besloten hen te ondersteunen. Eerst financieel, later gingen we voor hen ook op zoek naar woonruimte. Na allerlei omzwervingen en logeerpartijen bij diverse gastgezinnen vond Stichting Gast begin 2010 een woning voor de familie. De kinderen gingen weer naar school en er leek een periode van relatieve rust aan te breken. Dat was hard nodig, want zowel de kinderen als de ouders zijn in behandeling bij het Psychotraumacentrum. Eind 2010 kregen de ouders van de Dienst Terugkeer en Vertrek te horen dat ze met hun kinderen moesten verhuizen naar een AZC in Flevoland. Wederom werd dit kwetsbare gezin haar veilige basis ontnomen. Gast heeft alles in het werk gesteld om de familie hier te laten blijven. Helaas is de vraag om overplaatsing naar Nijmegen niet gehonoreerd.

2. Het verhaal van meneer M.

Meneer M. maakte tijdens zijn studie Psychologie in Soedan deel uit van de Communistische Partij die strijdt tegen de armoede in het land. Die sociale betrokkenheid kwam hem duur te staan: meneer M. werd door de heersende macht opgepakt, in de gevangenis gezet en ettelijke malen ernstig mishandeld. In 2004 wist hij te ontsnappen naar Nederland. Maar ook hier leidde hij een zwaar leven. Hij raakte vrij snel uitgeprocedeerd, omdat hij niet aan de documenten kon komen die aannemelijk maken dat hij daadwerkelijk gevaar loopt in Soedan. Hij belandde op straat en werd tot vier keer toe maandenlang in vreemdelingendetentie opgesloten omdat hij zich niet kon legitimeren. In 2006 meldde hij zich bij Stichting Gast. Wij helpen hem sindsdien met voedsel en een huurvergoeding, zodat hij in ieder geval niet meer op straat hoeft te slapen. De juridische taakgroep is nog steeds druk bezig met zijn procedure. De dagen van meneer M. zijn leeg. En hij is bang. Bang om weer te worden opgesloten, bang om teruggestuurd te worden naar Soedan.

3. Het verhaal van K.

K. was pas acht jaar toen hij samen met zijn moeder het etnische geweld tussen Hutu’s en Tutsi’s in Burundi ontvluchtte. Ze kwamen terecht in een vluchtelingenkamp in buurland Tanzania. Zes jaar geleden overleed K.’s moeder en werd de situatie voor hem in Tanzania zeer bedreigend. Hij vluchtte naar Nederland, vroeg asiel aan en belandde na afwijzing van zijn verzoek op straat. De kerkgemeenschap regelde een onderkomen voor hem bij een gezin en zorgt voor zijn eerste levensbehoeften. Stichting Gast betaalt zijn juridische kosten. K. heeft geen recht op scholing, werk of een uitkering en voelt zich in Nederland naar eigen zeggen ‘als een ongewenste hond behandeld’. Hij wil terug naar Burundi of Tanzania, maar omdat hij geen legitimatiebewijs heeft wil geen van beide landen meewerken aan zijn terugkeer. K. zit hiermee, net als veel anderen, opgesloten in Nederland. Hij kan geen kant op. Gast blijft strijden voor een toekomstperspectief voor deze jonge man.